Quincy

“Wanneer je jezelf durft te uiten, kom je er al snel achter dat je niet zo alleen bent als je denkt.”

Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik er niet bij hoor, omdat ik een blanke moeder en een zwarte vader heb. Ik kan me eigenlijk met zowel mijn blanke als zwarte achtergrond niet goed identificeren. De eerste indruk die blanke mensen van mij hebben – of tenminste, dat gevoel had ik – is dat ik niet bij hen hoor. Het gevoel dat ik kreeg bij donkere mensen was eigenlijk precies hetzelfde. Dat komt omdat ik op cultureel gebied heel divers en Nederlands ben op gegroeid. Ik kan me dus niet goed identificeren met bijvoorbeeld de Surinaamse cultuur. Daardoor had ik het gevoel dat ik een beetje tussen wal en schip inviel.

“Het maakt niet uit bij wie ik me aansluit. Ik hoef geen kant te kiezen.”

Iedereen wil ergens bijhoren of bij passen. Soms lijkt het alsof het kiezen of delen is. Na de draaidagen besefte ik dat het eigenlijk niet uitmaakt bij wie ik me aansluit. Ik hoef alleen maar te kiezen voor mijn eigen interesses, en de mensen die ik leuk en aardig vind, en die ik lief heb. Als ik dat doe, dan vind ik wél mijn eigen plekje. Ik voel me nu ook niet meer persoonlijk benadeeld als mensen generaliserende, denigrerende of vervelende uitspraken doen over bijvoorbeeld “negers” of Surinamers of buitenlanders. Deze uitspraken gaan immers niet over mij persoonlijk, want ik ben veel meer dan alleen een label dat me wordt opgeplakt vanwege mijn uiterlijke kenmerken.

“Mijn uiterlijk is voor mij niet de kern van mijn identiteit.”

Quincy

“Wanneer je jezelf durft te uiten, kom je er al snel achter dat je niet zo alleen bent als je denkt.”

De manier waarop mijn uiterlijk de meningen van anderen over mij kan beïnvloeden belemmert me niet meer. Ik maak nu mijn eigen wereld. De manier waarop iemand reageert, vertelt me nu heel veel over hoe die persoon in elkaar zit. Het zegt eigenlijk niet zo veel over hoe ik zelf in elkaar zit. Ik laat me dat niet meer vertellen. Het is sindsdien makkelijker om contact te maken en vrienden te worden met mensen die er dus niet uitzien zoals ik, maar die dezelfde normen, waarden en interesses delen. Je moet je associëren met mensen die jou uitdagen, interesseren en je helpen om te ontwikkelen als mensen. Ongeacht of ze wit, zwart, bruin, geel of paars zijn.

Het was goed om even weg te zijn van Nederland. Om alles op pauze te zetten en gewoon daar te zijn met de groep.
Wat me het meest heeft geraakt is dat iedereen zo open was om hun verhalen te delen.
We werden uit ons eigen milieu getrokken en daardoor kreeg je de ruimte om er naar te kijken, om het te analyseren en om erover te praten.
Iedereen die meeging waren vrienden van mij, en ze hadden allemaal hetzelfde meegemaakt, maar we hadden het er nooit samen over gehad.
Ik dacht altijd dat andere mensen dit soort dingen deden en niet ik.
Afkomst is een deel van wie je bent, maar het is niet wie je bent.
Wat ik vooral heb geleerd is om vragen te stellen.
Veel jongeren hebben een racistische ervaring meegemaakt, maar sommigen hebben geen idee wat ze er mee moeten doen.
Ik zie nu dat je de kans hebt om toch gewoon jezelf te zijn in deze maatschappij, ook al worden er bepaalde verwachtingspatronen op je geplakt door bijvoorbeeld de media.
Wanneer je jezelf durft te uiten, kom je er al snel achter dat je niet zo alleen bent als je denkt.
De moed van anderen heeft mij ertoe gedwongen om nog eens kritisch naar mezelf te kijken.
Ik was vooral boos op mezelf dat ik in zo’n situatie geen weerwoord heb.