Verslag: event over stage discriminatie 11-05-2017

Het doel van de film is om te laten zien welke impact racisme, discriminatie en uitsluitingsmechanismen hebben op gekleurde jongeren.

Het doel van de avond is om de input, die voortkomt uit de ervaringen en voorstellen van de aanwezigen, te presenteren aan sleutelorganisaties als de SBB (Stichting samenwerking beroepsonderwijs beroepsorganisaties). In de praktijk kunnen mensen als Tanja Jadnanansing, oud politica en programmamanager van het Albeda  ROC in Amsterdam de aandachtspunten die vanavond naar voren komen wellicht in de prakrijk brengen.

Focus van de discussie vanavond ligt met name op stagediscriminatie. Dit naar aanleiding van een onderzoek van Eva Klooster.

Vraag 1: Wat vond je van de film?

Het merendeel van de aanwezigen herkent zich in de film. Het voorbeeld van de CITO toets en het vormen van groepjes komen voor op school. Ook wordt het verhaal verteld van een meisje van 12 die tijdens een snuffelstage werd verteld dat zij, omdat ze een Surinaams accent heeft, niet verder in het leven zal komen. Gershwin, spoken-word artist, vertelt over een ervaring die hij vroeger had tijdens een sollicitatiegesprek voor een stageplek bij een rechtbank. Hij kreeg andere vragen dan blanke sollicitanten. Bijvoorbeeld over vroeg wakker worden en het omgaan met feedback. Op dat moment besefte hij dat er wel degelijk een onderscheid wordt gemaakt tussen mensen met een andere huidskleur.

Vraag 2: 1 op de 3 mbo studenten met een niet-westerse migratieachtergrond heeft moeite met een stageplek vinden. Herken je dit?

Een grote meerderheid heeft deze ervaring niet maar kent wel andere studenten die moeite hebben met het vinden van een stageplek.

Vraag 2a: Als dit gebeurt, wat moet je dan doen?

Voorstellen die worden gedaan:

  • Antony uit Ik Alleen in de Klas, zegt dat het goed is om te praten met een persoon die gelijke ervaringen heeft gehad. Je moet gewoon doorgaan.
  • Een docent zei tegen een jongen en zijn vrienden op school: ‘Het is altijd hetzelfde groepje dat te laat komt en achter in de bus zit’. Dit is een voorbeeld van zo’n groepje.’ Niemand durfde er toen iets van te zeggen. Nu zou hij dat wel doen. Zijn advies: Durf je mond open te trekken!

Vraag 2b: Hoe kun je stagediscriminatie voorkomen?

Voorstellen die worden gedaan:

  • Anoniem solliciteren. Niet iedereen is het hier mee eens. Een studente vertelt dat zij aan de  telefoon goed overkwam door perfect ABN te praten, maar eenmaal bij het sollicitatiegesprek werd er (verbaasd) gezegd dat zij zo goed Nederlands spreekt. Een ander persoon vindt dat anoniem solliciteren niets oplost. Het kan mensen het gevoel geven dat ze zich als een ander voor moeten doen om een baan te krijgen.
  • Bewustwording.
  • Om racistische situaties te herkennen en te signaleren moet racisme bespreekbaar gemaakt worden en er actief mee om worden gegaan. Dat gebeurt nu nog te weinig. Docenten moeten het delen met andere docenten. Grijp in. Heb het lef je lesprogramma aan de kant te zetten en er tijd voor te nemen om het uit te leggen en aan te kaarten.
  • Men is moe van het onderwerp maar het is belangrijk om er over te praten. Dit geldt voor witte mensen, docenten ,maar ook voor studenten met een migratieachtergrond. Voor hen is het de (dagelijkse) realiteit.
  • Witte mensen moeten er ook zelf over praten en zich niet persoonlijk aangevallen voelen als het over discriminatie gaat.
  • Tanja Jadnanansing: Persoonlijk leiderschap van studenten bevorderen, werken aan een beter zelfbeeld om op de arbeidsmarkt steker naar voren te komen.
  • De manier van kijken moet veranderd worden, de norm. In het basisonderwijs moet een vak komen als maatschappijleer om onderwerpen als racisme en discriminatie al vroeg bespreekbaar te maken.
  • Meer ethnische diversiteit op scholen. Als studenten van verschillende afkomst samenkomen worden de verschillen kleiner.

Eva Klooster, die onderzoek heeft gedaan naar discriminatie op de stagemarkt, is minder somber. Zij ziet dat er dingen veranderen. Er gebeurt al veel. Bijvoorbeeld binnen het onderwijs en bij het ministerie van SZW. Wel erkent zij dat uit alle verhalen die verteld worden blijkt dat er nog veel moet gebeuren. Om meer te kunnen doen moet er nog meer onderzoek worden gedaan naar stagediscriminatie.

Stelling 3. Als ik word gediscrimineerd wil ik daarbij terecht kunnen op school

Een grote meerderheid is het hiermee eens. Het is een verantwoordelijkheid van school. Het moet bespreekbaar worden gemaakt. Toch zijn er wel studenten die niet weten bij wie ze dit moeten melden en zich afvragen of je er op school iets tegen kunt doen.

Voorbeelden die aantonen dat het lastig is op school melding te maken van discriminatie:

  • Een studente wilde een melding maken van een racistische opmerking door haar leraar. Daarvoor moest ze naar een vertrouwenspersoon. Helaas bleek dat dezelfde persoon te zijn als de leraar. Ze heeft daarom geen melding gemaakt.
  • Discriminatie is vaak impliciet, dat maakt het moeilijker om er iets tegen te doen.
  • Een leerling zit op een school met voornamelijk witte boeren die niet willen praten over discriminatie of racisme. Hij zegt dat ze het toch niet snappen. Volgens hem kan je op school niets doen tegen racisme of en/of discriminatie.
  • Een leerling merkt op op dat het juist erger wordt als je het meldt. Je kan in een hoekje worden geplaatst.
  • Een leerling werd verteld door een medeleerling dat hij een lieve Marokkaan was. Hij vraagt zich af hoe andere Marokkanen dan zijn?

Voorstellen om iets te kunnen doen tegen discriminatie op school:

  • Meer ethnisch diversiteit in het docententeam. Hierdoor voelen studenten zich misschien eerder op hun gemak.
  • Docenten moeten werken aan een veilig gevoel op school. Moeten de leefwereld van hun leerlingen kennen. De focus moet liggen op het weerbaarder maken van  jongeren.
  • Een medewerker van het College van de Rechten van de Mens benadrukt het belang van het verbeteren van het schoolsysteem, de leefwereld van de studenten en de diversiteit.

Slot – wat kunnen we doen?

  • Het College van de Rechten van de Mens probeert meer inzicht te krijgen in stagediscriminatie en hoe dat werkt. Het onderzoek van Eva is een goed begin. Het College hoort verhalen maar heeft uiteindelijk te weinig kennis over wat er precies gebeurt. Als iemand zich gediscrimineerd voelt of vindt dat zijn/haar mensenrechten niet nageleefd worden, kun je dat melden bij het College. Daarnaast kun je een proces in om stagediscriminatie tegen te gaan. Dit duurt alleen langer, het is een officieel proces. Om er echt iets aan te kunnen doen, een statement te maken, moeten er meer voorbeelden (uit de leefwereld van studenten) beschikbaar zijn. De studenten worden opgeroepen om meldingen te doen. Maar ook het College zelf gaat zelf actief op zoek naar voorbeelden.
  • De Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) is een belangenvereniging voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Waar ze op inzetten is medezeggenschap. Ze streven er naar besturen op scholen zo divers mogelijk te maken. Helaas is dat nog niet zo. Eis je stem op en wordt lid van een studentenraad!
  • In de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) werken mbo en bedrijven samen. De SBB geeft bedrijven erkenning als leerbedrijf. Studenten moeten om de tafel om het bestuur te informeren en oplossingen te bedenken. Dionne vraagt welke studenten graag in gesprek gaan. Drie leerlingen melden zich aan. 

Dionne merkt tenslotte op dat weerbaarheid erg belangrijk is. Discriminatie is een feit. Totdat het opgelost wordt: Vecht ertegen, laat je horen, maar choose your battles.

Gershwin sluit de avond af met een zelf geschreven, inspirerende tekst.